
In "Vrouwelijk enkelvoud. Herinneringen aan mijn grootmoeder.", het tweede werk van Hoste dat pas in 1987 verscheen en een ode aan zijn grootmoeder is, herkennen we weer een zeer uniek genre dat tijdloos en quasi blijvend actueel is. Op meesterlijke wijze zet Hoste het portret neer van vijf verschillende vrouwen die samen refereren aan de grootmoeder en richt aldus de aandacht op het universele aspect in plaats van het individuele. De tekst wordt regelmatig onderbroken door cursiveringen (bedenkingen). "Het is nog wel dat het maar in de keuken was, dat ge gevallen zijt. Het had eens in de verbruikszaal moeten zijn." (p.12). Een onaantrekkelijke, uitzichtloze job roept existentiële vragen op: "Ik verkoop mijzelf maar. En wat hou ik over?" (p.20). Werkloosheid: "De werkloosheid lag vrij hoog en trof vooral vrouwen en gastarbeiders." (p.22). Hoste beheerst de taal, waarvan acte: "Een sjaal van zwaar bebloemd kasjmier omringt de witte hals. Gerestaureerd gebit vermaalt gebak. Verguld gesprek. Koek verkruimelt. Lippen persen tegen de rand van een porseleinen kopje. Afbrokkelend rouge. Een zwelg hete café crème loopt langs een oude slokdarm in een bleek versleten lijf." (p.59). De westerse consumptiemaatschappij wordt verkeerdelijk gezien als vorm van geluk, zeker als het gezinsleven een sleur blijkt "Een machine brengt snel uitkomst." (p.93). "Over het zwarte akkerland liggen de autowegen als oranje serpentines." (p.113). [Bron][1] [1]: http://eerder.meandermagazine.net/artikelen/artikel.php?txt=1002&id=
Page Count:
116
Publication Date:
1987-01-01
No comments yet. Be the first to share your thoughts!